Kneden wij ons eigen geluk?

Net zoals elk meningsverschil onvermijdelijk uitdraait op een Godwin (een vergelijking met nazi’s), zo leidt elke vraag over maakbaarheid tot een nature-nurture debat. Worden wij nu als onbeschreven blad geboren of ligt de aard van ons beestje al vast bij de conceptie? Waar men elkaar vroeger nog hierover de hersens insloeg is men nu tot het standpunt gekomen dat nature-nurture geen tegenstelling is maar een intiem samenspel. De geciviliseerde onderzoeker richt zich daarom op het ontrafelen van dit samenspel om iets zinnigs te kunnen zeggen over de maakbaarheid van geluk.

Voor dit doel zijn tweelingstudies het lievelingsinstrument van de wetenschapper, en dan met name onderzoek naar tweelingen die niet in hetzelfde gezin zijn opgegroeid. Sorry? Ja, dit komt écht voor. Wetenschappers zoals de Amerikaanse Sonja Lyubomirsky en onze eigen Meike Bartels maken gretig gebruik van deze bijzondere omstandigheden voor hun onderzoek. Door onder andere deze tweelingen te vergelijken met tweelingen die wél samen zijn opgegroeid kun je namelijk de relatieve invloed van genen en omgeving achterhalen. De voorlopige conclusie is dat 40% van ons geluksgevoel ‘bepaald’ wordt door onze genen.1 Oftewel:  40% van de verschillen in hoe gelukkig mensen zijn, is te herleiden tot genetische variaties. Van de resterende 60% wordt slechts 10% verklaard door externe omstandigheden. Denk hierbij aan je familie, je milieu, je vrienden, je baan, etc. Dat laat nog 50% onverklaard. Hebben we ons geluk dus voor een groot deel zelf in de hand? Helaas, pindakaas! Het werkelijke leven laat zien dat het niet zo eenvoudig is.

Gedurende ons leven blijft ons geluksniveau zo goed als constant. Meet iemands geluk als twintiger en drie decennia later kunnen we hetzelfde niveau verwachten. Dit voelt totaal niet zo in ons dagelijks leven maar in werkelijkheid schommelen we continu rondom een zogenaamde happiness setpoint.2 In de literatuur wordt dit terugkeren naar je setpoint verklaard door het proces van hedonische adaptatie. Of we nu een ongeluk krijgen, trouwen, of de loterij winnen, na verloop van tijd veren we als een elastiekje terug naar ons gemiddelde geluksniveau.3 Met het oog op de negatieve gebeurtenissen in ons leven is dit een geweldig mechanisme natuurlijk, maar het heeft een keerzijde. Het geldt ook voor die nieuwe auto, het krijgen van die felbegeerde promotie, of dat idyllische huisje met tuin; al deze dingen veroorzaken slechts een kortstondige piek in je geluksgevoel. Als je telkens maar weer op je eigen basislijn uitkomt lijkt geluk dus juist niet maakbaar te zijn. Hoe valt dit te rijmen met de eerder genoemde 50% om ons geluk te kunnen kneden?

Mijn stelling is dat we enerzijds in onze (Westerse) samenleving eigenlijk niet goed weten wat ons nu gelukkig maakt, en soms zelfs dingen najagen die ons ongelukkig maken. Anderzijds vereist elke duurzame verandering in het leven een enorme intrinsieke motivatie en een hoeveelheid energie die maar weinigen zullen hebben. Eenieder die een dieet probeert vol te houden kan dit beamen. Het bereiken van een blijvend gelukkiger leven lukt alleen als je er elke dag op de juiste manier aan werkt.

Wat is dan de juiste aanpak om duurzaam gelukkiger te worden en bestaat deze überhaupt wel? Dat antwoord verdient een eigen hoofdstuk, en misschien wel een eigen boek. Voor nu mijn antwoord: ja, geluk is maakbaar (tot op zekere hoogte), maar in de praktijk slechts voor de happy few.

 


1) Tellegen A., Lykken D.,, Bouchard T. Jr., Wilcox K.J.,, Segal N.L., Rich S. (1988) “Personality similarity in twins reared apart and together.” Journal of Personality and Social Psychology, 54(6):1031-9.

Lykken, D.,Tellegen A., (1996) “Happiness Is A Stochastic Phenomenon.” Psychological Science 7.3: 186-189.

2) Fujita, F., Diener, E. (2005). Life satisfaction set-point: Stability and change. Journal of Personality and Social Psychology, 88, 158-164.

3) Brickman, P., Coates, D., Janoff-Bulman, R. (1978). “Lottery winners and accident victims: Is happiness relative?” Journal of Personality and Social Psychology, 36(8), 917-927.

Gelukkig ben je niet alleen

Wat maakt een mens gelukkig? Koekjes? Rijkdom? Holland’s Got Talent? Nope, luidt het antwoord van de wetenschap, het zijn onze sociale banden die het bed delen met ons geluk.

Vanuit evolutionair perspectief is dit misschien niet zo’n vreemd antwoord. Samenwerking en sociale cohesie zijn cruciaal geweest voor onze overlevingskansen. We hebben elkaar niet alleen nodig voor onze voedselvoorziening, ook voor het grootbrengen van ons kroost is het bundelen van krachten van levensbelang. En Moeder Natuur zet ons aan tot handelingen die van levensbelang zijn door de uitvoer ervan te belonen met een gevoel van bevrediging. Het gehoor geven aan onze diepgewortelde drang naar sociale verbondenheid vinden we wellicht daarom – evenals ons volstoppen met koekjes – prettig aanvoelen.

Wetenschappelijk onderzoek ondersteunt deze zienswijze. Van alle mogelijke dagelijkse activiteiten vinden we socializen en intimiteit het fijnst.1 Bij heel gelukkige mensen blijkt de gemeenschappelijke deler dat ze allemaal een rijk sociaal netwerk hebben, weinig alleen zijn en bijna allemaal een lange stabiele relatie hebben.2 Andersom zien we bij mensen die zich eenzaam voelen veel vaker depressies, angststoornissen, een zwakker immuunsysteem, of andere niet bijster geluksverhogende pathologieën.3 Het CBS rapport over welzijn in Nederland bevestigt dat mensen met een relatie en een sterk sociaal netwerk zich gelukkiger voelen dan mensen die dit niet hebben.4 Daarbovenop is er nog het beroemde Harvard onderzoek dat al in de jaren 30 is begonnen. Het is het langstlopende onderzoek in de geschiedenis van de mensheid en ook uit dit onderzoek blijkt dat de kwaliteit van het sociale netwerk de grootste samenhang vertoont met hoe gelukkig iemand is.5

Al met al genoeg redenen om te geloven dat onze diepgewortelde drang naar verbondenheid intiem gelinkt is met geluk. Oftewel: geef je moeder nog een extra knuffel, bel je verre neef weer eens op en kus je geliefde alsof het de eerste keer is. Heb elkander lief en wees gelukkig.

 


 

1) Kahneman, D., Krueger, A. B., Schkade, D. A., Schwarz, N., & Stone, A. A. (2004). A survey method for characterizing daily life experience: The day reconstruction method. Science, 306, 1776-1780.

2) Diener, E., & Seligman, M. E. P. (2002). Very happy people. Psychological Science, 13, 80 – 83.

3) Heinrich, L. M., Gullone, E. (2006). The clinical significance of loneliness: A literature review. Clinical Psychology Review. 26: 295-718.

4) CBS (2015), Welzijn in Nederland 2015. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen.

5) Vaillant, G. E., Vaillant, C. O. (1990), Natural History of Male Psychological Health, XII: A 45-Year Study of Predictors of Successful Aging at Age 65, The American Journal of Psychiatry, 147.1: 31-7.

 

 

Dankbaar voor geluk

In de jaren negentig pleitte psycholoog Martin Seligman voor een fundamentele verschuiving in de psychologie. Naast het genezen van de ‘zieke’ geest zou de psychologie zich meer moeten gaan richten op hoe een ‘gezonde’ geest zich verder kan ontwikkelen. Onder aanvoering van Seligman en zijn collega’s groeide dit gedachtegoed uit tot een nieuwe stroming in de psychologie, namelijk positieve psychologie. Deze tak van wetenschap onderzoekt de componenten van een gelukkig en betekenisvol leven en de effectiviteit van interventies om de mens tot bloei te laten komen. Een terugkerend onderwerp hierbij is ‘dankbaarheid’.

Dankbare mensen – mensen die hoog scoren op de door Mike McCullough ontwikkelde dankbaarheidsschaal1 – blijken gemiddeld gezien heel gelukkig te zijn.2 En niet alleen heel gelukkig. Zij blijken ook behulpzaam, sociaal, vergevingsgezind, en prettig in de omgang te zijn, en meer tevreden met hun leven en hun relatie dan minder dankbare mensen.3 En als klap op de vuurpijl hebben dankbare mensen over het algemeen een lagere bloeddruk, minder stress, en minder vaak depressies en angstaanvallen.4  

Mede met steun van de John Templeton Foundation zijn er legio studies gedaan om een mogelijk causaal verband tussen dankbaarheid en geluk aan te tonen. In dit soort studies proberen de onderzoekers de dankbaarheid van de proefpersonen te vergroten door hen een dagboek te laten bijhouden. En dan niet zomaar een dagboek, maar een dagboek enkel en alleen gericht op gebeurtenissen waar je dankbaar voor bent. ‘Lief dagboek, dankzij die ongelukkige valpartij vanochtend hoef ik niet mee naar mijn schoonouders en kan ik lekker Game of Thrones kijken in bed’ of ‘Lang leve global warming! Eindelijk milde winters in Nederland’. Voor en na het onderzoek wordt het geluk van de deelnemer gemeten en afgezet tegen een controlegroep die geen dagboek bijhoudt dan wel een neutraal dagboek. Ook uit deze onderzoeken komt een arsenaal aan positieve veranderingen naar boven voor de dankbaren. Ze boden frequenter hun hulp aan, hadden meer energie en minder last van fysieke klachten, en ze waren vaker enthousiast, hoopvoller en dikwerf tevreden met hun leven.5 Een wondermiddel welhaast! Maar op wat voor manier zou dankbaarheid dan je geluk kunnen vergroten?

Ten eerste kan dankbaarheid onze sociale banden versterken. Sociale banden zijn voornamelijk gebaseerd op een systeem van wederkerigheid en het tonen van dankbaarheid houdt die wederkerigheid in stand. Sterke sociale banden zijn een cruciale component van een gelukkig leven.6 Maar dankbaarheid kan ook op een andere manier ons geluksgevoel versterken. Door bewust met een dankbare lens naar de wereld te kijken vallen de goede dingen des levens ons meer op. We nemen ze dan niet langer voor lief, maar koesteren ze. Ons wereldbeeld wordt positiever. Wanneer we ons realiseren dat een ander iets aardigs voor ons heeft gedaan dan vergroot dat ook onze zelfwaardering. Kennelijk ben je het waard om geholpen te worden… Althans, dit zijn de bestaande theorieën om te verklaren hoe dankbaarheid een mens gelukkig kan maken.7 Bedenk gerust je eigen theorie. Zie dankbaarheid in elk geval niet als een keer ‘dank je’ murmelen, om te laten zien dat je fatsoenlijk bent opgevoed. Nee. Het gaat om de mindset. Stilstaan bij de dingen die het leven je gegeven heeft of hoe andere mensen – zonder dat het nodig was – je geholpen hebben. Je realiseren dat je het niet alleen had kunnen doen. Dankbaarheid. Niet alleen de moeder van alle deugden maar nu ook de vader van geluk!


1) Emmons, R. A., McCullough, M. E., & Tsang, J. (2003). The assessment of gratitude. In S. J. Lopez and C. R. Snyder (Eds.). Handbook of positive psychology assessment (pp. 327-341). Washington, DC: American Psychological Association.

2) Wood , A.M. , Froh , J.J. , & Geraghty , A.W.A. ( 2010 ). Gratitude and well-being: A review and theoretical orientation . Clinical Psychology Review, 30 , 890 – 905

3) Algoe , S. B. , Haidt , J. , & Gable , S. L. ( 2008 ). Beyond reciprocity: Gratitude and relationships in everyday life . Emotion, 8, 425 – 429.

Bartlett , M.Y. , & DeSteno , D. ( 2006 ). Gratitude and prosocial behavior: Helping when it costs you . Psychological Science, 17 , 319 – 325 .

Mikulincer , M. , Shaver , P. R. , & Slav , K. ( 2006 ). Attachment, mental representations of others, and interpersonal gratitude and forgiveness within romantic relationships . In M. Mikulincer & G. S. Goodman (Eds.), Dynamics of romantic love (pp. 191 – 215 ). New York : Guilford.

4) Shipon , R. W. ( 2007 ). Gratitude: Effect on perspectives and blood pressure of inner-city AfricanAmerican hypertensive patients . Dissertation Abstracts International: Section B: The Sciences and Engineering, 68 (3–B) , 1977.

Wood, A., Maltby, J., Gilletr, R., Linley R., Joseph, S. (2008). The role of gratitude in the development of social support, stress, and depression: Two longitudinal studies. Journal of Research in Personality, 42, 854-871.

5) Emmons, R. A., & McCullough, M. E. (2003). Counting blessings versus burdens: Experimental studies of gratitude and subjective well-being in daily life. Journal of Personality and Social Psychology, 84, 377-389.

Froh , J. J. , Sefi ck , W. J. , & Emmons , R. A. ( 2008 ). Counting blessings in early adolescents: An experimental study of gratitude and subjective well-being . Journal of School Psychology, 46, 213–233.

6) Vaillant, G. E., Vaillant, C. O. (1990), Natural History of Male Psychological Health, XII: A 45-Year Study of Predictors of Successful Aging at Age 65, The American Journal of Psychiatry, 147.1: 31-7.

7) Emmons, R. A., & Mishra, A. (2012). Why gratitude enhances well-being: What we know, what we need to know. In Sheldon, K., Kashdan, T., & Steger, M.F. (Eds.) Designing the future of positive psychology: Taking stock and moving forward. New York: Oxford University Press.

Mediteer je gelukkig

Waar je vroeger nog behoorde tot de werkloze newage-hippie-junks als je het over mindfulness had, vertoef je vandaag de dag in de hoogste kringen van de hipsterscene. Je weet wel, mindfulness, dat vage begrip dat iets te maken heeft met in het ‘nu’ zijn en de wereld om je heen op een niet-oordelende manier tot je nemen. Een toeschouwer zijn van je eigen gedachten, gevoelens en sensaties. Niet alleen ben je – al dan niet in lotushouding gevouwen – flink hip, mindful zijn schijnt ook nog eens goed te zijn voor je welzijn. Wat heeft de wetenschap hierover te zeggen?

Een van de eerste serieuze wetenschappelijke onderzoeken naar mindfulness is opgezet door Jon Kabat-Zinn in de jaren 80. Hij ontwikkelde de Mindfulness Based Stress Reduction (MBSR) methode om het effect van mindfulness meditatie op de ervaring van pijn te bestuderen. Mensen met (chronische) fysieke klachten werden onderworpen aan een intensieve achtweekse mindfulness meditatiecursus, waarbij zowel  voor als na de cursus gemeten werd hoeveel subjectieve pijn zij hadden. De mediteerders werden vergeleken met een controlegroep die gemiddeld evenveel chronische pijn had maar niet mediteerde. Et voilà, na die acht weken mindful zijn werd door de ‘meditatiegroep’ minder pijn gerapporteerd dan door de controlegroep.1

Nou is welzijn natuurlijk meer dan het ontbreken van pijn en inderdaad: mindfulness schijnt, behalve via pijnbestrijding, ook op andere manieren ons welzijn te verbeteren. Een recent wetenschappelijk voorbeeld komt van Matt Killingsworth en consorten.2 Door middel van de Iphone app TrackYourHappiness.org hebben meer dan 15.000 mensen meegedaan aan hun onderzoek. Via deze app werd hen van moment tot moment gevraagd wat ze aan het doen waren en met wie, of ze ondertussen dachten aan het heden, verleden of toekomst en hoe gelukkig ze waren op dat moment. Dankzij deze overvloed aan data kon met behulp van statistische analyses een aantal bijzondere conclusies getrokken worden. Allereerst is het afdwalen van de geest een veel voorkomend verschijnsel, ongeacht de activiteit die we uitvoeren. Gemiddeld dwalen onze gedachten een derde tot bijna de helft van de tijd af. En tijdens het afdwalen voelen we ons minder gelukkig dan wanneer we in het ‘nu’ blijven, ongeacht of datgene wat we op dat moment aan het doen zijn prettig is. In andere woorden: zelfs als we iets onprettigs meemaken (zoals in de file staan) voelen we ons gelukkiger wanneer we in het ‘nu’ blijven dan wanneer we afdwalen met onze geest.

Wetenschappelijk onderzoek zoals dat van Killingsworth geeft ons het idee dat mindful zijn een bijdrage kan leveren aan ons geluk, maar uit meta-analyses – alle studies naar meditatie en welzijn op een grote hoop – komt een minder hoopgevend plaatje naar voren. Volgens twee grote meta-analyses lijkt het effect van mindfulness op welzijn namelijk gering tot verwaarloosbaar.3,4 De skepticus mag dus terecht argwanend zijn over dit veronderstelde wondermiddel. Aan de andere kant: in tegenstelling tot een potje pillen kent dit wondermiddel geen vervelende bijwerkingen en is het ook nog eens gratis beschikbaar voor iedereen op deze aardbol. Ondanks dat we kritisch kunnen en moeten blijven, is er geen enkele reden om het niet gewoon een keer uit te proberen. Ga eens een paar weken vijf minuten per dag mediteren en oordeel zelf of het de moeite waard is. Niet gemediteerd is altijd mis.

 


1) Kabat-Zinn, J. (1982). An outpatient program in behavioral medicine for chronic pain patients based on the practice of mindfulness meditation: Theoretical considerations and preliminary results. General Hospital Psychiatry, 4(1), 33-47.

2) Killingsworth, M. A., Gilbert, D. T. (2010). A wandering mind is an unhappy mind. Science, Vol. 330, p. 932.

3) Hofmann, S. G., Sawyer, A. T., Witt, A. A., & Oh, D. (2010). The effect of mindfulness-based therapy on anxiety and depression: A meta-analytic review. Journal of Consulting and Clinical Psychology, 78(2), 169.

4) Goyal, M., Singh, S., Sibinga, E. M., Gould, N. F., Rowland-Seymour, A., Sharma, R., Haythornthwaite, J. A. (2014). Meditation programs for psychological stress and well-being: A systematic review and meta-analysis. JAMA Internal Medicine, 174(3), 357-368

 

Gelukkig gezond

‘Zielsgelukkig lag zij doodziek op bed’.

Hier klopt iets niet. Zieke mensen zie je zelden stralen van geluk. Kermend van de pijn heb je wel iets anders aan je hoofd dan gelukkig zijn toch? Nee, geluk en gezondheid gaan hand in hand zou je zeggen, maar hoe zit deze relatie precies in elkaar? Hoe gezonder je bent, hoe gelukkiger? Hoe gelukkiger, hoe gezonder? Allebei? Geen van beide? Oh, volmaakte Wetenschap schijn Uw licht op deze netelige kwestie!

Allereerst: klopt de aanname dat geluk en gezondheid hand in hand gaan? Absoluut, zegt de Wetenschap. Observatieonderzoek van de afgelopen drie decennia laat zien dat er een stevige correlatie bestaat tussen gezondheid en geluk.1 De sterkte van deze correlatie hangt vooral af van hoe je ‘gezondheid’ definieert. Het sterkst is namelijk de samenhang tussen subjectieve (oftewel: zelfgerapporteerde) gezondheid en geluk. Gezondheid gemeten aan de hand van objectieve criteria (zoals het functioneren van iemands  afweersysteem) vertoont een veel zwakkere samenhang met geluk. Aha! Dus je ‘objectieve’ gezondheid houdt zich vast aan de vinger van geluk, terwijl je subjectieve gezondheid zijn hele handje mag vasthouden!

Maar hoe zit het met een eventuele causale relatie? Beïnvloedt je gezondheid hoe gelukkig je bent? Hieraan wordt niet getwijfeld in wetenschappelijke kringen. Bij mensen die gezonder worden door bijvoorbeeld te sporten nemen geluksgevoelens toe. Andersom zien we bij ziekte het geluk dalen.2 Dit is natuurlijk geen wereldschokkend nieuws; lopend over een winderig metrostation met een snottebel tot op je kin en hermetisch gesloten neusgaten valt het leven elk mens wel eens zwaar. En andersom: met een sterk afweersysteem, in blakende conditie, stressbestendig, en zonder noemenswaardige fysieke klachten is het nou eenmaal een stuk makkelijker om de vreugde van het leven in te ademen. Toch is de invloed van gezondheid op je geluk minder groot dan je misschien denkt. Stel je voor dat je verlamd bent geraakt door een ernstig ongeluk. Je zou verwachten dat dit een behoorlijke deuk in je geluk oplevert, maar dat blijkt gemiddeld genomen eigenlijk wel mee te vallen. Ja, een paar maanden vinden we het heel klote maar na een jaartje zijn we weer zo goed als op onze oude geluksniveau.3

Oké, je gezondheid kan in elk geval tijdelijk je geluk beinvloeden. Kan het ook andersom? Wanneer je geluksniveau stijgt word je dan ook gezonder? Grappig genoeg bestaat er interventie-onderzoek dat dit lijkt te ondersteunen.4 Een meta-analyse uit 2007 concludeert redelijk overtuigend dat je geluksniveau je gezondheid positief kan beïnvloeden. Je gelukszalige glimlach laat je namelijk sneller herstellen van stress en maakt dat je later minder medische zorg nodig hebt.5 Nu alleen nog ontdekken hoe je die glimlach tevoorschijn kan toveren…

Tot slot, is het mogelijk dat de interactie tussen geluk en gezondheid eigenlijk gestuurd wordt door een derde variabele? Het lijkt onwaarschijnlijk gezien alle onderzoeken, maar we moeten niet vergeten dat onderliggende genetische componenten de relatie tussen gezondheid en geluk ook (volledig) zouden kunnen verklaren. Dan is het niet zozeer gezondheid die gelukkig maakt of andersom, maar is het genetische variatie die de dienst uitmaakt. Toekomstig onderzoek moet uitwijzen welke rol genen precies spelen in het samenspel van gezondheid en geluk. Tot die tijd gaan we er gemakshalve maar vanuit dat gezondheid en geluk elkaar wederzijds beïnvloeden.

‘Toen de morfine begon uit te werken, verdween haar euforie als sneeuw voor de zon. Het zielsgeluk maakte plaats voor diepe misère terwijl zij ziek op bed lag’. Ziezo, nu klopt ons model van de werkelijkheid weer en kunnen we rustig gaan slapen.


1) Okun, M.A., Stock, W.A., Haring, M.J., Witter, R.A. (1984) Health and subjective well-being: A meta-analysis. Int Journal of Aging and Human Development; 19: 111–132

Xu, J., Roberts, R.E., (2010). The power of positive emotions: It’s a matter of life or death—Subjective well-being and longevity over 28 years in a general population. Health Psychology, 29(1):9–19.

CBS (2015), Welzijn in Nederland 2015. Centraal Bureau voor de Statistiek, Den Haag/Heerlen.

2) Penedo, F.J., Dahn, J.R., (2005) Exercise and well-being: a review of mental and physical health benefits associated with physical activity. Current Opinion Psychiatry, 18(2):189–93.

Dolan, P., Peasgood, T., White, M., (2008). Do we really know what makes us happy A review of the economic literature on the factors associated with subjective well-being, Journal of Economic Psychology, 29(1), pp. 94-122

3) Brickman, P., Coates, D., Janoff-Bulman, R. (1978). “Lottery winners and accident victims: Is happiness relative?” Journal of Personality and Social Psychology, 36(8), 917-927.

4) Danner, D.D., Snowdon, D.A., Friesen, W.V. (2001). Positive emotions in early life and longevity: Findings from the nun study. J Pers Social Psychology ;80:804–13.

Diener, E., Chan, M.Y., (2011). Happy People Live Longer: Subjective Well-Being Contributes to Health and Longevity, Applied Psychology: Health and Well-Being, 3(1), pp. 1-43

5) Howell, R.T., Kern, M.L., Lyubomirsky, S., (2007). Health benefits: Meta-analytically determining the impact of well-being on objective health outcomes, Health Psychology Review, 1(1), pp. 83-136

Geluk én kinderen??

‘En? Hoe bevalt het moederschap??’
‘Wacht even, Storm probeert iets duidelijk te maken met die huilaanval geloof ik.’
‘Gaat het wel een beetje?’
‘Nou, ik kan wel een borrel gebruiken. Maar ja, borstvoeding hè? En een nachtje gewoon doorslapen zit er ook al niet in voorlopig.’

Een gesprek met een kersverse ouder leert dat een kind hard werken is: weinig slaap, onverflauwde engelengeduld, het klokje rond verschonen en voeden. Kortom, je sociale leven hangt aan de wilgen.  ‘Maar’, verzekeren de ouders ons, ‘het is het allemaal waard’. Eén glimlach van je kind is genoeg om al je zorgen te laten verdwijnen en over te lopen van geluk.

Is dat eigenlijk wel zo? Weegt het geluk dat ouderschap brengt op tegen alle ongemakken en offers? Om deze vraag te kunnen beantwoorden hebben Katherine Nelson en haar collega’s in 2014 een meta-analyse uitgevoerd van de wetenschappelijke literatuur over ouderschap en geluk.1

De zoektocht naar het antwoord begint met de realisatie dat verschrikkelijk veel factoren een rol spelen in de relatie tussen ouderschap en geluk: leeftijd van het kind, geslacht van de ouders, gezinssamenstelling, financiële situatie, ga zo maar door. Dit complexe samenspel van factoren hebben Nelson en haar collega’s met een grondige analyse proberen te ontrafelen. Voorzichtig concluderen de onderzoekers dat vaders gemiddeld net iets gelukkiger lijken te zijn dan moeders. Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat vaders vooral spelen met hun kind en moeders doorgaans het leeuwendeel van de opvoeding op zich nemen en daardoor meer tijdsdruk en stress ervaren.2 Voortbordurend op de tragiek van de moeders is de bevinding van Nelson dat gescheiden moeders over het algemeen minder gelukkig zijn dan samenwonende moeders. Verder moeten jonge moeders het gemiddeld gezien afleggen tegen oudere moeders (lees: boven de zesentwintig), in termen van geluk althans. En wat we allemaal al weten, het opvoeden van peuters en tieners is geen pretje. Naarmate het kind ouder wordt (de puberjaren niet meegerekend) zien we een duidelijk stijgende lijn in levensvreugde tot ver na het moment dat de kinderen uit huis zijn gegaan. Misschien zijn ouders wel het gelukkigst op het moment dat de kinderen eindelijk uitvliegen…

Oké, hoogst interessante open deuren ingetrapt wat betreft ouderlijk welzijn in verschillende constellaties. Tijd voor de hamvraag. Hoe zit het met het geluk van ouders ten opzichte van kinderlozen?

Dit is een lastig vraagstuk, de groepen zijn moeilijk met elkaar te vergelijken. Om maar een complicatie te noemen: in beide groepen zullen mensen voorkomen die niet bewust hebben gekozen voor hun situatie. Denk aan mensen die geen kinderen konden krijgen, of aan een man die helemaal geen vader wilde worden. Het onderzoek stelt, voor zover het rekening kan houden met alle complicaties die komen kijken bij deze vergelijking, dat ouders en niet-ouders over het geheel genomen nagenoeg even gelukkig lijken te zijn. Een wereldschokkende uitkomst!

Wanneer we echter kijken naar het zogenaamde eudaimonische aspect – in hoeverre ouders en niet-ouders hun leven als zinvol ervaren – zien we wel een significant verschil. Mensen met kinderen ervaren gemiddeld gezien meer zingeving.3 Of een betekenisvol leven een onlosmakelijk onderdeel is van geluk of ´slechts´ een kers op de taart, daarover steggelen de wetenschappers nog. Persoonlijk sluit ik mij aan bij het standpunt van de geluksonderzoekers Katherine Nelson en Sonja Lyubomirsky: zingeving is een onderdeel van geluk en kinderen zijn dus écht de moeite waard. Gelukkig maar.


1) Nelson, S. K., Kushlev, K., & Lyubomirsky, S. (2014). The pains and pleasures of parenting: When, why, and how is parenthood associated with more or less well-being? Psychological Bulletin, 140, 846-895.

2) Nomaguchi, K. M., Milkie, M. A., & Bianchi, S. M. (2005). Time strains and psychological well-being: Do dual-earner mothers and fathers differ? Journal of Family Issues, 26, 756 – 792.

3) Nelson, S. K., Kushlev, K., English, T., Dunn, E. W., & Lyubomirsky, S. (2013). In defense of parenthood: Children are associated with more joy than misery. Psychological Science, 3-10.

Geld of geluk?

Vooruit, volg je hart en kies die studie Romaanse talen zonder perspectief, want geld maakt toch niet gelukkig. Althans, dát is de mantra waarmee vele generaties zijn opgegroeid. Maar volgens Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman ligt de relatie tussen geld en geluk niet zo eenvoudig.

Laten we beginnen bij de allerarmsten. Zij die geen dak boven hun hoofd hebben, met moeite elke dag hun kostje vergaren, nauwelijks toegang tot educatie of medische zorg hebben. Zijn zij gelukkig of ongelukkig? Inkoppertje, deze mensen zijn niet bepaald gelukkig over het algemeen.1 Hoe zit het met de andere kant van het spectrum: de rijke stinkerds. Schathemeltjerijk, dus supergelukkig? Dat hangt af van wat je verstaat onder geluk. Bedoel je met geluk hoe tevreden je bent over hoe je leven is uitgepakt? Dan is een hoger inkomen inderdaad gekoppeld aan meer tevredenheid. Definieer je geluk daarentegen als een emotionele evaluatie van je leven – hoe vaak en intens ervaar je blijdschap, plezier, genot, woede, angst en stress in het dagelijkse leven? – dan vertroebelt het plaatje. Boven een jaarinkomen van ongeveer €60.000 per huishouden is er geen verband meer tussen ons emotionele welzijn en ons inkomen. Onder die grens zijn de dagelijkse geluksgevoelens daarentegen wél gecorreleerd aan een hoger inkomen.2 Toch zien we dat het gemiddelde geluk in Westerse landen min of meer constant is gebleven in de afgelopen 60 jaar ondanks dat de welvaart enorm is gestegen.3 Kennelijk doen we iets fout.

Laten we ervan uitgaan dat eventjes meer verdienen voor de meesten onder ons geen optie is. Hoe moet je dan gelukkig(er) worden met het geld dat je hebt? Door je geld weg te geven natuurlijk. Tenminste als je het baanbrekende onderzoek van Norton, Aknin en Dunn mag geloven. Zij gaven deelnemers een geldbedrag waarbij de helft van de groep de opdracht kreeg dat uit te geven aan zichzelf en de andere groep om het uit te geven aan een ander. Voor en na het onderzoek werd hun (emotionele) geluk gemeten en wat bleek? Mensen die hun geld hadden uitgegeven aan een ander waren aanzienlijk gelukkiger!4 Ook onderzoek naar de relatie tussen doneren aan goede doelen en het welzijn van de donateurs laat dit verband zien. Hoe groter het aandeel van het inkomen is dat mensen weggeven aan een goed doel, hoe gelukkiger ze gemiddeld zijn.5

Oké, je ziet jezelf graag als filantroop, maar je kapitalistische ikje kan niet van de ene op de andere dag een totaal onbaatzuchtig wezentje worden. Say no more. Je bent er stiekem vooral in geïnteresseerd of je gelukkiger kan worden met geld dat je aan jezelf uitgeeft.

De wetenschappers Carter & Gilovich hebben gekeken naar hoe lang men gemiddeld gelukkig is met een bepaalde aankoop en wat blijkt? Het geluk dat je kan putten uit een materiële aankoop is heel vluchtig. In het begin ben je blij met je nieuwe auto, bank, fiets of schoenen, maar al gauw kijk je er niet meer naar om. Oké, nooit meer iets materieels kopen. Check. Wat dan wel? Ervaringen! Vakantie, massages, wandelen, duiken, horse boarding in IJmuiden, vingerverven,  ga zo maar door. Op een waardevolle herinnering kan je veel langer teren, met name als het om een gedeelde herinnering gaat zodat je er samen genoeglijk op kan terugblikken.6 “Weet je nog die vakantie dat we 16 uur in de file stonden voor de Katschbergtunnel? Dat was nog eens weergaloos.”

Heeft de geld-maakt-niet-gelukkig-generatie met diploma Romaanse talen op zak het dus bij het verkeerde eind? Ja, tot op bepaalde hoogte kan geld je wél gelukkig maken, maar dat hangt helemaal af van hoe je je geld uitgeeft. Volgende keer dat je je portemonnee trekt, houd dan de volgende wetenschappelijke inzichten in het achterhoofd: investeer in ervaringen in plaats van materiële zaken en investeer in de ander in plaats van jezelf. Je maakt daarmee niet alleen jezelf gelukkig maar ook nog eens de ander! Is dat niet het paradijs op aarde?

 


1) Diener, E., Oishi, S. (2000), Money and happiness: Income and subjective well-being across nations. In E. Diener & E. M. Suh (Eds.). Culture and subjective well-being (pp. 185-218). Cambridge, MA: MIT Press.

2) Kahneman, D., Deaton, D. (2010), High income improves evaluation of life but not emotional well-being. Proceedings of the National Academy of Sciences, 107(38), 16489–16493.

3) Diener, E., Oishi, S. (2000), Money and happiness: Income and subjective well-being across nations. In E. Diener & E. M. Suh (Eds.). Culture and subjective well-being (pp. 185-218). Cambridge, MA: MIT Press.

4) Dunn, E. W., Aknin, L. B., & Norton, M. I. (2008). Spending money on others promotes happiness. Science, 319(5870), 1687-1688.

5) Aknin, L. B., Barrington-Leigh, C. P., Dunn, E. W., Helliwell, J. F., Burns, J., Biswas-Diener, R., Norton, M. I. (2013). Prosocial spending and well-being: Cross-cultural evidence for a psychological universal. Journal of Personality and Social Psychology, 104(4), 635.

6) Carter, T. J., Gilovich, T. (2010). The relative relativity of material and experiential purchases. Journal of Personality and Social Psychology, 98(1), 146-159.

Wat is geluk eigenlijk?

Geluk is hip. We hebben onze lading tarwegras nog niet in de blender gestopt, ons huidje glimmend van de kokosolie, of de volgende trend staat alweer voor de deur: nóg gelukkiger worden. Dáár gaat het om. Bovenop onze verwoede pogingen om machtig en prachtig over te komen, moeten we nu ook nog werken aan ons geluk. Maar weten we eigenlijk wel wat we bedoelen als we het hebben over geluk?

De vraag wat geluk precies inhoudt is waarschijnlijk zo oud als de mensheid zelf. Grote denkers in het Oosten – Confucius, Lao Tzu en Boeddha, gaven meer dan twee millennia geleden al definities van geluk, net als Aristoteles en Epicurus, onze helden in het Westen. De Oosterse definitie van geluk is, kort door de bocht gesteld, hoe jij met je omgeving omgaat. Geluk is medeleven.  

“If you want others to be happy, practice compassion. If you want to be happy, practice compassion.”

– Dalai Lama

In het Westen daarentegen ligt de nadruk veel meer op het individu. Geluk is een gematigd, moreel leven leiden, aldus Aristoteles. Of in de woorden van Epicurus – licht geparafraseerd – ‘geluk is het ervaren van plezier en zo min mogelijk pijn’.

Het feit dat grote denkers tot verschillende conclusies zijn gekomen over wat geluk precies inhoudt, doet vermoeden dat geluk niet een eenkoppig monster is. In de wetenschappelijke zoektocht naar geluk worstelt men hier ook mee, maar er is natuurlijk een werkbare definitie nodig om systematisch onderzoek te kunnen doen naar dit onderwerp.

De wetenschap ziet geluk vooralsnog als tevredenheid over ons leven, in combinatie met de verhouding tussen positieve en negatieve emoties van dag tot dag. Om deze definitie van geluk op wetenschappelijke manier te onderzoeken, zijn er in de jaren negentig een aantal vragenlijsten (bijvoorbeeld ‘Satisfaction With Life Scale‘ en ‘Scale of Positive and Negative Experience‘) ontwikkeld door de Amerikaanse onderzoekers Ed Diener en Sonja Lyubomirsky. Pakweg zeventien vragen beantwoorden en voilà: je hebt je geluks-rapportcijfer. Als je je nu met een frons afvraagt of zo’n invuloefening werkelijk een beeld geeft van geluk dan is dat volkomen terecht. Iemand kan tenslotte sociaal wenselijke antwoorden geven of moeite hebben met inschatten hoe hij zich voelt. Toch komen de scores op deze vragenlijsten verrassend overeen met de resultaten van andere metingen die onderzoekers kunnen doen naar iemands welzijn. Denk hierbij aan: het interviewen van vrienden en familie, het analyseren van de gelaatsuitdrukking en het vergelijken van de activiteit in de linker versus rechter prefrontale cortex.1 Zodoende kunnen we er vertrouwen in hebben dat deze vragenlijsten wel degelijk een waardevol beeld geven van hoe gelukkig iemand zich voelt.2

In deze vragenlijsten wordt er geen woord gerept over zingeving. Het zogenaamde eudaimonische aspect van ons leven. Is zingeving ervaren niet noodzakelijk voor een gelukkig leven? De wetenschap is hier nog niet helemaal over uit. De hedendaagse helden in de gelukswetenschapSonja Lyubomirsky, Ed Diener, Barbara Fredrickson en Martin Seligman, om er maar een paar te noemen – neigen er naar zingeving als een onlosmakelijk onderdeel van geluk te zien. Voor mij bestaat een gelukkig leven in ieder geval óók uit het nastreven van intrinsiek waardevolle doelen waarmee ik mijn leven zin geef. Als je het mij vraagt is de zoektocht naar een prettige en zinvolle manier van leven – het gelukkige leven zogezegd – van alle tijden. Geluk is meer dan alleen hip. Geluk is een groot goed.

 


1) Davidson, R. J., Ekman, P., Saron, C. D., Senulis, J. A., & Friesen, W. V. (1990). Approach–withdrawal and cerebral asymmetry: Emotional expression and brain physiology I. Journal of Personality & Social Psychology, 58, 330-341.

2) Kobau, R., Sniezek, J., Zack, M. M., Lucas, R. E., & Burns, A. (2010). Well‐being assessment: An evaluation of well‐being scales for public health and population estimates of well‐being among US adults. Applied Psychology: Health and Well-being, 2(3), 272-297.